«

World Granny blog april 2012

 De koningin, de vrouwen en mijn oudste zusje

 

Wat raakt ze me. Ze raakt me ongelooflijk diep. Ze blijft voor ons zorgen. Ze verzaakt geen moment. Wat een kracht, wat een ijzeren wil, discipline, zoete zachtheid, pijn, trouw, intensheid, wat een eenzaamheid en altijd weer dat peilloze uitreiken. Als een stralende diamant. Duizend schitterende facetten, geslepen in alle kracht door het leven. Loepzuiver. Haar zoon ligt daar, alleen nog verbonden met het zilveren koord. Navelstreng van Leven. Navelstreng verbonden aan de moeder en toch zo losgeslagen.

Ken je mij? Wie ken je dan? Ken je mij beter dan ik? (Huub Oosterhuis)

Op de een of andere manier doet de koningin me denken aan die topvrouwen in de townships van Capetown. Kilometers uitgestrekte krottenwijken van bordkarton en golfplaten, met hier en daar een waterput, die als ontmoetingsplaats geldt. Hier wonen de vrouwen die voor de weeskinderen zorgen. Hun kleinkinderen, of die van hun zusters of dochters of buurvrouwen. Zij leven met de kinderen in de blote, lege schooltjes en crèches. Ze hebben zo weinig. Praktisch niets. Maar steeds weer nemen ze na de begrafenissen de kinderen liefdevol op. Ze spreiden hun armen wijd open en laten hun hart stromen. En ze gaan onverdroten verder. Samen met de jonge wezen. Eten koken, kleding ritselen, schoenen verstellen en kleine strakke moestuintjes aanleggen achter de krotten. Moestuintjes, die voor de worteltjes, aardappelen en uien zorgen. Eten en drinken. Een warme hand en een droge slaapplaats. Alles gaat door. Ook in de diepste rouw.

Mijn oudste zusje, Ellie, werd weduwe toen ze 36 was. Ze had 5 kleine kinderen. Wij allen waren toegestroomd om samen te zijn in dit grote verdriet. Haar man, Ad, onze zwager was verongelukt. Plotsklaps weggerukt. Een man in de kracht van zijn leven. Hij stierf voor zonsopgang, op een koude novembermorgen op de A12 halverwege Woerden en Utrecht. Op dat moment werd mijn zusje weduwe en haar kinderen wees. Mijn zusje en ik schelen 14 jaar. Zij was altijd een beetje mijn moeder geweest en toen ze trouwde, ik was 5, was ik voor het eerst in mijn leven in een grote paniek. Hoe moest dat nu met mij? Waar moest ik naar toe. God zij dank bleef Ellie een baken in mijn leven. Een thuishaven, waar ik altijd aan kon aanmeren of kon fourageren. Op die ochtend was zij degene die de eindeloze potten koffie zette. De gesmeerde broodjes op tafel toverde en troost bracht waar ze kon. Ze ging op een koers van kracht. In alle drukte was ik haar even kwijt. Ik zocht haar en vond haar in de bijkeuken met de was. “Wat doe je nou?” vroeg ik verbaasd. “Ik doe de was”, antwoordde ze. “De zondagse kleren van de jongens. Met rouw en trouw wordt er op je gelet, dat moet je nooit vergeten, Jeannette”.

Wat raken ze me. Al die prachtige, sterke vrouwen Ze raken me ongelooflijk diep. Ze blijven voor ons zorgen. Ze verzaken geen moment. Wat een kracht, wat een ijzeren wil, discipline, zoete zachtheid, pijn, trouw, intensheid, wat een eenzaamheid en altijd weer dat peilloze uitreiken. Als stralende diamanten.